Hoofdmenu

3 x 3000m

Ik had mijn zinnen gezet op een snelle 3000m in Duffel vrij vroeg op het seizoen. Nadat ik in oktober en november aan de kant stond, heb ik heel hard getraind om bij het uitkomen van de winter terug top te zijn voor het KAVVV-kampioenschap veldlopen en de eerste stratenlopen in april. De snelheidstrainingen bleven toen achterwege en dat merkte ik ook al in de beginfase van de wedstrijden. Het zou dus nog heel wat specifiek werk vragen om tijdig de snelle benen te vinden, temeer omdat ik ook nog eens anderhalve week in Spanje vertoefde.
Op 22 april, vlak voor mijn verlof besloot ik om al eens naar Zandhoven af te zakken om 3000 pistemeters op mijn teller te zetten. In barre omstandigheden met een kille noordoostenwind liep ik op deze 300m-piste solo met het nodige dubbelwerk naar een tijd van 9’53”. Dat was zeker niet de verhoopte tijd, maar nu wist ik waar ik aan toe was en ik mocht aannemen dat de omstandigheden in Duffel toch iets beter zouden zijn. 3 weken later en een deugddoende vakantie en een minder deugddoende verkoudheid later stond ik ook in Schoten aan de start van een 3000m. Ik had met clubgenoot Yannis afgesproken om beurtelings een rondje kopwerk te doen. 5 en halve ronde bleven we samen, maar nadien was ik niet opgewassen tegen zijn versnelling. Ik liep wel elke kilometer zo’n 2 à 3 seconden sneller dan in Zandhoven en zo overschreed ik de finishlijn in 9’45”.  Met dat resultaat was ik toch licht ontgoocheld. Ik had vooraf de hoop om onder de 9’40” te duiken. Dan zou me dan toch wat meer perspectief bieden op een mooie tijd een week later.
In Duffel stonden we met een 20-tal atleten aan de start van slechts één reeks 3000m. Op de startlijst zag ik wel voldoende atleten staan met een besttijd tussen de 9 en 10 minuten. Een eenzame koers zou het dus waarschijnlijk niet worden. Ik hoopte op een tijd onder de 9’35”. Zo zou ik minstens even goed doen als de vorige 2 jaren toen ik telkens met een besttijd van 9’34” de zomer afsloot. Nog in de eerste halve ronde merkte ik meteen waar momenteel mijn grootste pijnpunt ligt. Ik moest pompen om in die eerste ronde van 1’11” mijn wagonnetje aan te pikken. Gelukkig moesten er al snel enkele atleten voor mij gas terugnemen. Ik belandde in een laatste groepje dat na 1 kilometer doorkwam in 3’09”. Eigenlijk was dat een ideale doorkomsttijd, maar dat betekende wel dat er in het tweede gedeelte van die aanvangskilometer al veel werd prijsgegeven.
Dat zagen mijn kompanen waarschijnlijk ook en het tempo werd kortstondig de hoogte ingejaagd. Enkele honderden meters later zakte het tempo terug naar 1’20” per ronde. Tussen 1600m en 1800m daalde onze snelheid zelfs onder de 18 km/u. Dat ging te traag voor mij en ik schoof dan ook voor het eerst naar de leiding van mijn groepje. Op hulp hoefde ik niet meer te rekenen, want ik kwam al snel alleen te zitten. De klok gaf 6’25” aan na de 2de kilometer. Dat was 6 seconden sneller dan de week voordien. Ik was klaar om te knokken om die voorsprong minstens te behouden en zo minstens onder de 9’40” te belanden. Ik kreeg de rondetijden terug onder de 1’20” en zo mocht ik met 8’23” aan de slotronde beginnen. Daarin kon ik nog versnellen en toen ik 200m voor de finish 9’00” zag staan, wist ik dat 9’35” moest lukken als ik nog een goeie spurt uit de benen kon schudden. Daar slaagde ik ook in. Ik spurtte zelfs nog één concurrent voorbij in de laatste rechte lijn.
Het was toen nog even afwachten op de finale eindtijd. Tot mijn grote tevredenheid verscheen er 9’34”67. Enkel in de hondersten was dit iets trager dan de voorbije jaren. Mijn doel voor het zomerseizoen was om nog eens onder de 9’30” te lopen, maar na mijn 2 eerste 3000’en mocht ik absoluut niet meer verwachten dan dit. De zomer is trouwens nog jong, dus wie weet wat er me nog allemaal te wachten staat.

Loopgroeten,
Dries

© 2011 SAV vzw.